Jita Kyoei en handdruk

05.12.18 20:12:10 Commentaar Door Kevin

Beste vrienden,


Het is lang geleden, maar ik ben nog eens in mijn pen gekropen voor een opinie over "de groet... en de handdruk"    

Zoals jullie wellicht wel weten is Judo een Japanse sport die door Jigoro Kano rond 1882 in het leven werd geroepen. Sinds zijn ontstaan is de sport enorm geëvolueerd en gemoderniseerd.


Ondanks alle veranderingen blijft de aanwezigheid van de Japanse traditie onmiskenbaar aanwezig. Deze traditie is er niet alleen voor de vorm, ze staat in dienst van Jita Kyoei (Welzijn voor iedereen). Jita Kyoei en Judo zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door het beoefenen van het Judo streven we er niet enkel naar de best mogelijke Judoka te zijn die we kunnen zijn, we streven er ook naar om de wereld om ons heen een betere plaats te maken. Respect voor onszelf, onze naasten alsook onze omgeving neemt hier een prominente rol in. Met bedenkingen over respect zijn ondertussen hele bibliotheken gevuld door filosofen en schrijvers met veel meer talent dan ik. Echter, over het belang van de groet (en de handdruk) wou ik even wat kwijt.

   

Tot mijn grote vreugde werd er in recente edities van “Judocontact” extra aandacht besteed aan zowel de Bushido, als het Jita Kyoei. In de eerste uitgave van dit jaar verscheen er een stuk over “De groet”, van de hand van Eric Veulemans (8é Dan), een erg begeesterd en gerespecteerd Judoka. In beknopte bewoordingen uitte hij o.a. zijn ongerustheid over de devaluatie van de groet ten aanzien van de handdruk. Meer nog, op wedstrijden blijkt de handdruk vaak belangrijker dan het groeten. Hoewel ik deze laatste situatie nog niet ervaren heb, moet ik toegeven dat de evolutie reëel is. Vandaar dat we er op onze trainingen regelmatig de nadruk op leggen en er een punt van maken om de betekenis van de groet in de verf te zetten.   


De groet is, zoals Eric terecht stelt, meer dan een knikje of een buiginkje. Hoewel de volledige symboliek achter de groet maar pas ten volle begrepen wordt op wat rijpere leeftijd is het belangrijk dat ook onze jongsten weten dat het één van de belangrijkste rituelen is van het Judo. In zijn meest eenvoudige betekenis stelt de buiging een elegante traditionele begroeting voor. In zijn meest complexe betekenis symboliseert de groet het eren en respecteren van het Judo in zijn totaliteit. Het niet geven van de groet wijst op een gebrek aan respect voor de sport en de filosofie achter de sport.   


De groet kent echter een heel arsenaal aan deel-betekenissen. De groet aan het begin van de oefenstonde kenmerkt een overgang naar een toestand waarbij men zich met toewijding en concentratie richt op het beoefenen van het Judo, waarbij men de Sensei groet en hem respecteert, vertrouwt en gehoorzaamt. De Sensei op zijn beurt zal toezien op het goede verloop van de les en zal zijn pupillen naar beste vermogen onderricht verschaffen in het Judo. Bij het kiezen van een partner betekent de groet dat men de veiligheid van de partner zal waarborgen, zijn integriteit zal respecteren en dat men kan verwachten dat er in de geest van het Judo geoefend zal worden. Binnen het wedstrijd-Judo betekent deze buiging ook dat je respect hebt voor je tegenstander, ongeacht achtergrond en voorgeschiedenis, dat je de regels van de sport respecteert, de geest van de sport respecteert (bijv. dat je niet bewust een kwetsuur zal uitbuiten om te winnen) en bij uitbreiding ook dat je op wedstrijden de beslissing van de scheidsrechter respecteert. Tevens initieert én beëindigt de groet een fase van toegenomen agressie (randori en shiai) en vormt ze een overgangsritueel die de transitie tussen gevecht en rust afbakent. Bij het afgroeten wordt tenslotte hulde gebracht aan de tegenstander en wordt de uitkomst van een wedstrijd aanvaard. Hierna is er geen plaats meer voor agressie of rancune.   


Als je de (eerder beknopte) symboliek zo opgelijst ziet, dan rijst de vraag of er eigenlijk wel behoefte is aan een handdruk. Met andere woorden: heeft de handdruk wel een plaats in het Judo? Om een antwoord te geven op deze vraag behandel ik beknopt de sociale als de psychologische achtergrond van deze handeling. De handdruk, als onmiskenbaar Westers ritueel, vormt het quasi-equivalent van de Japanse buiging die ondanks de gelijkenissen toch sterk verschilt van zijn Japanse tegenhanger. Westerlingen worden van kinds af onderwezen in het gebruik van de handdruk als groet, om afspraken te bekrachtigen, om vriendschap te sluiten of om ruzies bij te leggen. Omgekeerd is het weigeren van een handdruk een zeer beladen gebaar dat ongenoegen, vijandschap of een gebrek aan respect inhoudt. Net zoals de buiging geeft de handdruk (of het ontbreken ervan) een duidelijk non-verbaal signaal.   


Wat de handdruk zo anders maakt is het lichamelijke contact dat ermee gepaard gaat en de lichamelijke en psychologische respons die een handdruk met zich meebrengt. De handdruk is immers een krachtige psychologische "trigger" die heel wat tewerk stelt in het lichaam en de hersenen. Wetenschappelijke studies tonen aan dat een handdruk bepaalde gebieden in de hersenen activeert die onze perceptie beïnvloeden. Deze stimuli zorgen er onder andere voor dat negatieve ervaringen in kracht worden verminderd en dat men de realiteit positiever inschat. Het zorgt er tevens voor dat er Oxytocine wordt vrijgezet, een hormoon dat onder andere een kalmerende werking heeft en bijdraagt tot het normaliseren van een stresssituatie. Het is een belangrijk hormoon dat betrokken is bij de regulatie van onze emoties. Het mag dan ook niet verwonderen dat aanrakingen (handdrukken, omhelzingen, schouderklopjes,…) met succes worden aangewend in medische context om mensen in nood tot rust te brengen.   


Hoewel ik geen wetenschappelijke studies heb gevonden rond het gebruik van een handdruk bij het afsluiten van “gevechten”, kan men het mogelijke positieve effect intuïtief aanvoelen. Vooral Judoka’s die al eens een wedstrijd gevochten hebben zullen dit wellicht kunnen beamen. Voor de verliezer neemt de stress, het ongemak alsook de agressie (strijdlust) af. Hoewel de teleurstelling blijft, voelt het aan alsof je de nederlaag aanvaard en dit op jezelf betrekt en niet langer op de tegenstander. Voor de winnaar is het dan weer belangrijk te weten dat de overwinning je gegund wordt en dat verdere vijandigheid niet aan de orde is. Het zet je als “agressor” aan om empathie te voelen voor je tegenstander. De handdruk normaliseert de emoties die gepaard gaan met Shiai. Zo kunnen toch mooie vriendschappen ontstaan buiten de rivaliteit om: binnen onze club heb ik zo al enkele mooie momenten mogen ervaren.   


Afgezien van de gunstige biologische effecten zou je de handdruk binnen het Judo ook zien als een hulpmiddel bij het doorgronden en integreren van de filosofie, ethiek en wabi-sabi van het Judo. De handdruk is voor ons immers een “makkelijk” gebaar omdat we er letterlijk en figuurlijk voeling mee hebben. Om de overstap te maken naar de “abstracte” groet kan het gebruik van een aanvullende handdruk, vooral bij kinderen, helpen om de juiste context te schetsen. Gaandeweg zal men inzien dat de groet een diepe vorm van respect inhoud en zal de nood aan de handdruk afnemen. Desondanks zie ik in deze optiek de handdruk niet verdwijnen.   


Zoals ik al zei geeft de handdruk (of het ontbreken ervan) een krachtige lichamelijke en emotionele respons, één die moeilijk te veinzen is. Waar men zijn afkeer van een tegenstander nog kan verbergen met een traditionele groet, is dit veel moeilijker met een handdruk. Het overduidelijk niet geven van een handdruk geeft dan ook heel ondubbelzinnig weer wat men denkt en voelt. In Rio werd bijvoorbeeld een Egyptische Judoka naar huis gestuurd door het weigeren van het geven van een hand aan een Israëlische Judoka. Men nam deze beslissing omdat men het niet geven van de handdruk in strijd vond met de olympische waarden en indruiste tegen de geest van het Judo. Terecht, het Judo en de Shiai staan los van politieke en geloofsovertuigingen. Op de tatami zijn we Judoka’s, ambassadeurs van het Judo, die respect tonen voor elkaar. Het grootste gebaar dat men kan maken in het Judo is toch een hand geven, ondanks het verlies, ondanks geschillen naast de mat, onafgezien van het feit of de overwinning verdiend was of niet.   


Op basis van het voorgaande zou ik er steeds voor pleiten om de handdruk te gebruiken als aanvulling op de traditionele groet. Een buiging, geladen met een diepgaande betekenis, gekoppeld aan een handdruk, gekoppeld aan diepe emoties vertegenwoordigt volgens mij een mooie fusie van twee sterke culturele gebaren met complementaire inhoud. Deze combinatie kan men dan ook zien als moderne invulling van het Jita Kyoei. Echter, zoals Eric terecht aanvoelt, moeten we erover waken dat de we nooit de groet verwaarlozen, hetgene een groot verlies aan waarde zou betekenen voor het Judo. De groet blijft door zijn totaliteit aan symboliek één van de hoekstenen van het Judo, maar de handdruk is een mooie aanvulling op een reeds bijzonder mooi Japans gebaar. Het is dan ook onze oprechte wens als trainers om ervoor te kunnen zorgen dat de ze niet verloren gaat.